Selecteer een pagina

De weg van het hoofd naar het hart

Een paar weken geleden besloot ik, na een lange strijd tussen mijn hoofd en mijn hart, dat ik niet verder kon in mijn toenmalige functie als directeur.

Zo, het hoge woord is eruit…

 

Bijna vijf jaar ben ik parttime directeur geweest van een kleine dorpsschool (80-90 leerlingen), met daarnaast een kleine lesgevende taak.

Ruim vijf jaar geleden besloot ik dat mijn ambities verder gingen dan alleen lesgeven. Ik was inmiddels opgeleid tot taalcoördinator en deed de master onderwijswetenschappen aan de Open Universiteit.

Ik was al jaren gefascineerd door het onderwijs en het leren van kinderen. Ik hield ervan om dingen helemaal uit te pluizen, te onderzoeken en daar waar bijna iedereen rechts ging, koos ik juist voor links. Ik houd niet zo van regeltjes en vaststaande kaders. Ik denk dat ik daar een beetje te eigenwijs voor ben.

Helaas zijn er in het basisonderwijs niet echt veel carrièremogelijkheden en daardoor leek directeur worden mij de meest voor de hand liggende keuze. Eindelijk zou ik de ruimte hebben om mijn eigen kaders te kunnen scheppen, althans dat dacht ik.

En daar begon ik met solliciteren, net 29 lentes jong. Gelijk bij de eerste brief mocht ik al op gesprek. Wie had dat nu gedacht? In deze procedure eindigde ik uiteindelijk als tweede. Dit positieve resultaat deed me besluiten om door te gaan met solliciteren naar de functie van directeur.

 

 

Op naar de volgende…

En al snel kwam daar een tweede kans. En tot mijn grote verbazing mocht ik weer op gesprek komen. Toch wel een beetje gespannen ging ik het gesprek in en de volgende morgen werd ik gebeld dat ik als enige kandidaat een assessment mocht doen.

Hoewel gespannen, legde ik toch een kei van een assessment af en toen was de directeursbaan een feit. Op mijn 29ste werd ik directeur van een basisschool.

 

Ik heb geen makkelijke start gehad.

 

Er was veel onrust onder de ouders en leerlingen en ik werd geconfronteerd met een aantal zaken die direct actie van me vroegen. Het leverde me allemaal veel stress op. Tijd om rustig te wennen was er niet. Regelmatig zat ik dan ook aan het einde van de dag huilend in de auto naar huis. Het vloog me allemaal aan. Maar iedere keer pepte ik mezelf weer op. Niet klagen, maar dragen.

Langzamerhand begon het harde werken zijn vruchten af te werpen. De rust keerde terug, de opbrengsten gingen omhoog en we kregen ook nog een erg goede beoordeling van de Inspectie van het Onderwijs. Ik had de school, volgens de toenmalige algemeen directeur van onze scholenvereniging, onderwijskundig weer op de kaart gezet. En stiekem was ik daar best wel een beetje trots op.

Maar van mij had het inmiddels zijn tol geëist. In mijn vierde jaar als directeur was ik volledig opgebrand geraakt. Mijn herstelproces werd tevens ook mijn transformatieproces. Mijn persoonlijkheid en mijn manier van omgaan met mijn werk en stress moesten veranderen en met goede hulp is dit ook gelukt.

 

 

Op een gegeven moment was ik weer voldoende hersteld om weer te beginnen met werken.

 

Ik keerde weer terug op mijn eigen school, terwijl mijn hele lijf mij aangaf dat dat niet goed voor mij zou zijn. Maar ik vond dat ik het eerst weer moest proberen en pepte mezelf weer op.

Maar steeds vaker gaf mijn lijf me seintjes. Bepaalde klachten, gerelateerd aan spanning en stress keerden weer terug. Mijn lijf deed heel hard z’n best om mijn hoofd iets te vertellen over wat mijn hart allang wist.

Het voelde alsof ik in dat jaar van ziekte uit mijn functie en mijn school was gegroeid. Het paste niet meer. Waar ik het voorheen heerlijk vond om urenlang over beleid te buigen, werd ik er nu doodongelukkig van. En dan nog alle administratie en beheersmatige zaken: als directeur van een kleine school had ik geen budget voor administratieve ondersteuning, dus een groot deel van de week was ik bezig met de post, de mail, de telefoon en andere regelzaken. En laat me daar nu een groot hekel aan hebben.

 

 

Ik voelde me soms meer een secretaresse, dan een directeur…

Ik miste het contact met de kinderen, het bezig zijn met het onderwijs zelf en daar inhoud en invulling aan geven. Ik wilde meer in de klassen zijn en mijn team begeleiden, maar de tijd ontbrak me gewoon.

Ik stond nog 1 ochtend in de week voor de kleuters en op een gegeven moment was dat het enige moment in de week waarop ik nog vrolijk thuis kwam.

Dit klopte niet meer. 

Ik ben met mijn werkgever in gesprek gegaan en samen zijn we er op een nette manier uit gekomen. De weg voor de school en voor mij liggen weer helemaal open.

En natuurlijk ging het in mijn hoofd enorm tekeer. De angst sloeg toe: “Je geeft je vastigheid op. Komt het straks allemaal wel goed?” Maar mijn lijf sprak boekdelen: Ik voelde weer energie en creativiteit. Alles stroomde weer en dat was een goed teken.

 

 

Wat ik nu ga doen?

In ieder geval ga ik mij nog meer focussen op mijn bedrijf en daarnaast waarschijnlijk weer lesgeven of andere leuke tijdelijke klussen doen, bijvoorbeeld als interim directeur met een duidelijk opdracht. En ja, dat betekent dat ik na vijf jaar directeur in vaste dienst te zijn geweest, voor het lesgeven weer onderaan de ladder moet beginnen als invaller.

Maar eigenlijk vind ik dat helemaal niet erg. Het geeft me juist een enorm gevoel van vrijheid en hoe mooi is het idee dat je ergens tijdelijk een poosje mee kunt draaien, daar wat van jezelf kunt brengen en ook weer wat kunt halen om jezelf te verrijken, om vervolgens weer verder te gaan? Mij geeft dat het ultieme gevoel van vrijheid.

Het voelt dan ook absoluut niet als falen of als een afgang dat ik nu stop als directeur. Ik koos ervoor om mijn hart te volgen en datgene te gaan doen wat mij echt gelukkig maakt.

 

 

Waarom ik dit, tot wel persoonlijke verhaal, met je deel?

In mijn trainingen ontmoet ik regelmatig leerkrachten die ook verwikkeld zijn in het gevecht tussen hoofd en hart. Ze werken op een plek die niet goed voor hen is. Die teveel van hen eist en vraagt en toch gaan ze maar door. Ze houden zich krampachtig vast aan de zekerheid van (vast) werk, terwijl ze er mentaal en lichamelijk helemaal aan onder door gaan. Ze laten zich door hun angst leiden. En dat raakt me, omdat ik prachtige mensen en hele gepassioneerde leerkrachten ten onder zie gaan, die soms zelfs voorgoed afscheid nemen van het onderwijs.

Maar de angst houdt hen vast, maakt hen bang om stappen te zetten. En weet je als jij denkt dat je nooit weer aan het werk zult komen of weer een baan zult vinden, dan zal dat ook zo zijn. Dan wordt het een self-fulfilling prophecy.

Maar wanneer je vertrouwt op jezelf en je eigen kunnen en de toekomst open tegemoet kunt treden, dan liggen er tal van mooie kansen op jouw weg. Want waar ergens een deur sluit, gaat altijd ergens anders wel weer een raampje open. Tenminste dat is hoe ik het zie en ervaar en dat ik wil jou graag in deze blog meegeven.

 

Herken je deze strijd tussen je hoofd en je hart? Houd jij ergens aan vast, terwijl je weet dat loslaten beter voor jou is? Deel jouw ervaring met ons in een reactie onderaan deze blog.

 

Share on FacebookPin on PinterestTweet about this on TwitterShare on Google+Share on LinkedIn