Selecteer een pagina

Het verhaal van de nieuwe sjaal

 

 

Oké, oké, ik geef het toe: Ik vind het heerlijk om in mijn vrije tijd te haken. Ooit heb ik mezelf dit tijdens mijn zwangerschapsverlof aangeleerd (handig joh, autodidact zijn ) en sindsdien doe ik het geregeld. Ik vind het dan ook heel ontspannend. En voordat je denkt: “Met welke geitenwollensok heb ik nu te maken?” Ik houd ook van lezen, paardrijden, mooi weer en warme chocolademelk met slagroom en marshmallows.

 

Maar wat heeft dit met een nieuwe sjaal te maken?

 

Dat zal ik je vertellen.

 

 

De JAS

 

Ik was al een poosje op zoek naar een nieuwe jas, maar het lukte me maar niet om DE JAS te vinden. Het was kerstvakantie en we gingen op een middag de binnenstad in. Even boeken omruilen bij de bibliotheek en op zoek naar DE JAS. Ik ging bij een winkel naar binnen en zag daar een jas hangen die ik erg mooi vond. Een zwart wollen jas, echt prachtig! Automatisch pak ik maat L uit het rek en trek hem aan.

Veel te groot natuurlijk. Ik was weer eens vergeten dat ik acht kilo ben afgevallen het afgelopen jaar (een erg gunstig bij-effect van loslaten en stress verminderen). Dus ik vroeg de verkoopster of ze ook nog een maat M had. Helaas had ze die niet meer in het zwart, maar wel in een beige-achtige kleur. Ik was niet direct heel enthousiast, maar mijn man moedigde me aan om hem toch te passen. “Is een keer iets heel anders dan dat je normaal hebt”, waren zijn woorden.

Ik laat me overhalen en trek de jas aan. “Hmmm, niet verkeerd”, denk ik. Zelfs mijn vrij brede schouders passen netjes in de jas. Ik bekijk mezelf van alle kanten in de spiegel en voel dat dit DE JAS is. Blij reken ik DE JAS af.

 

 

Ojee, geen bijpassende sjaal

 

We lopen naar buiten en onderwijl bedenk ik me welke sjaals ik thuis nog heb. Ik kom er achter dat er eigenlijk geen enkele bij mijn nieuwe jas past. Ik, als haakfan, besluit ter plekke dat ik wel een nieuwe sjaal ga haken. Het is toch kerstvakantie, dus tijd zat.

We rijden naar de plaatselijke garenwinkel en samen met mijn man struin ik door de winkel, op zoek naar de kleur bij mijn nieuwe jas. Mijn oog valt op een mooi, ijsblauw garen. Dat moest hem worden. We pakken zes knotten, controleren of ze allemaal hetzelfde verfbad hebben gehad (die fout heb ik ooit gemaakt) en we rekenen ze af.

 

Op zoek naar een patroon

 

Helemaal verheugd kom ik, met mijn tasje met garen, thuis en ga direct op zoek naar een mooi haakpatroon. Al snel vind ik een mooi patroon van een colsjaal en begin fanatiek te haken. Het duurde niet lang, of ik had al een heel stuk van de colsjaal klaar. Maar toen begon ik te twijfelen. Ik deed hem om en vond hem toch niet mooi staan bij de jas. Ik besluit om hetzelfde patroon aan te houden, maar om dan een lange sjaal te maken.

Ik haal de eerder gehaakte sjaal uit en begin vol enthousiasme aan mijn nieuwe sjaal. Maar al snel blijkt het patroon niet goed te werken bij een gewone sjaal. Hij wordt veel te dik en te stug. Ik besluit om nu maar te gaan breien, wat ik eigenlijk nooit doe. Ik pak een nieuwe knot garen en begin met breien (een boordpatroon, voor de breiliefhebbers). Twee recht, twee averecht. Het ritme van dit patroon voelt wel fijn en gestaag verschijnt er ook iets dat lijkt op een sjaal.

Maar als ik tientallen pennen ben gevorderd, komt er familie op bezoek. Zij wijst me op mijn rommelige kantjes. Ik moest kantsteken gaan gebruiken, dan zouden ze netter worden. Wist ik veel. Dus wederom haal ik mijn sjaal uit. En met een al iets getemperd enthousiasme begin ik opnieuw.

 

 

Ik nader de frustratiegrens

 

Toen mijn sjaal ongeveer halverwege was, was ik onderweg al ettelijke steken verloren (en heb ze ook weer opgehaald) en heb ik tien keer een stukje verkeerd gebreid en weer uitgehaald. Ik vind het maar een rommelig geheel en besluit, inmiddels behoorlijk gefrustreerd, om wederom mijn sjaal helemaal uit te halen.

Mijn breiwerkje ging inmiddels overal mee naar toe, want ja, anders zou die sjaal nooit klaar komen. Toen ik in het bijzijn van mijn moeder weer mijn sjaal uithaalde, zei ze: “Joh, ga naar de V&D, daar hebben ze genoeg sjaals. Maar dat was mij mijn eer te na en verbeten breide ik door. Hierna haalde ik nog twee keer mijn breiwerk volledig uit, want ik wilde toch nog een andere kantsteek proberen en hem toch nog een stukje breder.

Ik bereikte bij de zoveelste misser uiteindelijk mijn frustratiegrens en stond op het punt om mijn pennen en garen door de kamer te smijten. Ik was er klaar mee en zou wel een sjaal bij de V&D kopen.

 

Op dat moment kreeg ik een heel mooi inzicht….

 

Ik vond haken en breien toch leuk? Waarom stond ik dan nu zo gefrustreerd met mijn breipennen en garen in mijn handen? Hoe kan het, dat iets dat je leuk vindt, je zoveel frustratie oplevert?

 

Ik was weer eens in mijn oude valkuil van perfectie gestapt. Ik wilde een sjaal die nagenoeg perfect is. Maar als ik een perfecte sjaal wilde, dan kon ik toch beter naar de V&D gaan? Waar ze met honderden tegelijk machinaal perfect worden geproduceerd?

 

Dat wilde ik niet en op dat moment besloot ik om mijn sjaal niet meer uit te halen, maar om hem net zo te omarmen als ik met mezelf doe. Met al zijn prachtige kanten, maar ook met zijn imperfecties. Hij is, net als ikzelf, goed genoeg.

 

Inmiddels is mijn sjaal bijna klaar en ik kijk er naar uit om hem straks met trots te gaan dragen.

 

Ken je iemand die deze blog kan waarderen? Deel hem gerust op Facebook, Twitter of andere sociale media.

 

Share on FacebookPin on PinterestTweet about this on TwitterShare on Google+Share on LinkedIn